Historie

Facebooktwittergoogle_pluslinkedinmailFacebooktwittergoogle_pluslinkedinmail

Het plaatsje Hemmen ligt in de Betuwe aan de Linge en werd al ongeveer 100 jaar voor Christus door de Bataven bewoond. Er waren in die tijd nog geen dijken en de rivieren de Rijn, de Waal en de Maas kozen steeds een andere bedding. Hierdoor stroomde een arm van de grote rivieren langs Hemmen. Hemmen is ontstaan doordat de Bataven zich hier op de rivierwal vestigde. Toen rond 1300 de Betuwe werd bedijkt, werden de gronden rondom Hemmen in gebruik genomen.

Het dorp

Hemmen is een klein dorpje. De kern ligt op een terp rond de hervormde kerk ‘Onze Lieve Vrouwe Van De Brug’ en is omringd door oude platanen en beukenhagen. De kerk met het kerkhof heeft een lange geschiedenis, die teruggaat tot de 13e eeuw. Achter de kerk staat de dorpspomp die tot 1945 werd gebruikt. Naast de kerk staat de vroegere dorpsschool. Hemmen gaf toestemming om op haar grondgebied een spoorlijn aan de leggen. In ruil daarvoor kreeg het in 1882 zijn eigen treinstation Hemmen-Dodewaard.

De Romeinse tijd

In de Romeinse tijd was het gebied rond Hemmen frontgebied met de castra – de legerplaatsen – als steunpilaren en de rivieren als natuurlijke barrières in de steeds weer oplaaiende strijd tegen de Germaanse stammen. In de eerste vier eeuwen na Christus waren de gebieden rondom Herveld en Zetten in ieder geval centra van bewoning. Er zijn grondsporen gevonden van kleine woningen, waarvan de wanden van vlechtwerk – bestreken met leem – gemaakt waren. Zo bestonden de plaatsen Wulfara (Wolferen) in 673, Falburc Marca (Valburg) in 793, Euuci Silec (Slijk-Ewijk) in 855 en Sethone (Zetten) in 1005.

Hoge Heerlijkheid

Hemmen was een Hoge Heerlijkheid. Een bestuursvorm, waarbinnen een hechte onderlinge verbondenheid bestond tussen de bewoners. De kern van een Heerlijkheid was een burcht, een indrukwekkend slot of kasteel op de top van een heuvel gelegen of omgeven door diepe grachten. In Hemmen was dit Slot Hemmen – gebouwd in de 14e eeuw – gelegen in het park naast de dorpskern. De centrale persoon – de baron – was de heer, eigenaar van de plaatselijke feodale rechten binnen zijn territorium, de Heerlijkheid. Als vazal had hij feodale verplichtingen tegenover zijn hogergeplaatste heer. Maar binnen zijn domein gedroeg hij zich als zelfstandige heerser en oefende de heerlijke rechten uit over zijn onderdanen.

Aan een Heerlijkheid waren allerlei economische en zakelijke rechten verbonden, waarbij de heer recht had op een belasting of heffing van bepaalde inkomsten. Iedereen moest een deel van zijn grondopbrengst afstaan aan de plaatselijke geestelijkheid en een persoonlijke belasting betalen. Ook moesten de bewoners een of meerdere dagen per week op de landerijen werken. De bewoners werden opgevorderd voor het onderhoud van de wegen of voor andere gemeenschapsdiensten.

Aan de grenzen van de Heerlijkheid moest tol worden betaald. Niet alleen voor het gebruik van de wegen, maar ook voor de doorvoer van specifieke grondstoffen of de doorgang van personen. Van de opbrengst werd in Hemmen de brug over de Linge en de zandweg naar het Lexkesveer onderhouden. Naast de tolbrug stond vroeger een herberg met een bakkerij, een café en een cachot.

Vanaf de 16e en 17e eeuw werd het bezit van een Heerlijkheid meer en meer een machtsbasis en inkomstenbron voor adellijke families. Aan de Heerlijkheid waren vaak uitgestrekte pachtvelden en een burcht of kasteel verbonden. Daardoor was een Heerlijkheid een aantrekkelijke investering voor succesvolle kooplieden en het stadspatriciaat. Met de aanschaf konden ze zich een adellijk profiel aanmeten. Omdat ze hun familienaam eraan ontleenden was de Heerlijkheid een belangrijk statussymbool, dat toegang verschafte tot financieel interessante erebaantjes en betrekkingen.

In de Overbetuwe telde men destijds acht Hoge Heerlijkheden. Na de omwenteling in 1795, tijdens de Franse overheersing, bleef de oude verdeling in ambten bestaan, maar verdween de macht, de status en het overgrote deel van bevoegdheden en voorrechten van de Heerlijkheid. De naam werd gewijzigd: men noemde deze voortaan gemeente.

Galgenberg

Aangezien Hemmen zelfs een Hoge Heerlijkheid was, mocht de heer de rechtspraak uitoefenen in zijn gehele omvang. De baron mocht alle criminele zaken behandelen, de doodstraf uitspreken en laten uitvoeren met het zwaard, de galg of het rad. Daarnaast mocht de baron ook lijfstraffen opleggen, verbanning of verbeurdverklaring van goederen, bijvoorbeeld in geval van diefstal of verwonden. Voor kleine vergrijpen legde de baron geldboetes op.

Hemmen had een eigen tentoonstellingsgalg. In 1916 schreef Attie Nieboer – een schrijfster uit het nabijgelegen Heteren – in ‘Eigen Haard’: “En meteen daarna moeten we een bergje op. Een heel klein groen bergje met een boerenhuisje er op met een rieten dak. Daar zijn we dan op ‘het huchtje’, eigenlijk heet het de Galgenberg, omdat daar eens in ouden tijd een galg heeft gestaan, maar de menschen zijn dat gelukkig allang vergeten”. Op de veldnamenatlas is nog een perceel te vinden, genaamd ‘De Galgenpas’. Het lange, smalle perceel ligt aan de rand van het dorp, direct langs de Linge.

Op de galgenberg in Hemmen stond een tentoonstellingsgalg “tot afschrick ende exempel”. Dit was een lange ijzeren balk met zeven knoppen bevestigd in gemetselde zuilen. De touwen werden om de knoppen geslagen, waarna de lichamen hieraan konden worden vastgemaakt. De lichamen bleven aan de galg hangen totdat ze uit elkaar vielen en vergaan waren: “de vogelen des hemels ten prooye gelaten tot afschrik van het algemeen”. De beenderen die overbleven, werden ter plaatse begraven. In 1795 werden galgenvelden verboden en moesten ze ontruimd worden. Lichamen van terechtgestelden werden vanaf die tijd direct begraven.

 

Dominee Ottho Gerhard Heldring

In 1827 werd dominee Ottho Gerhard Heldring (1804-1876) op 23-jarige leeftijd door Hemmen beroepen tot predikant voor de Hervormde Gemeente en werd door zijn werk de beroemdste Hemmenaar.

Barones van Lynden stimuleerde hem om zich meer in de literatuur te verdiepen. Heldring werd vervolgens de grondlegger van de Inwendige Zending. Hij streed tegen drankmisbruik en de monocultuur van de aardappelteelt en zette zich in voor de opvang van ’gevallen’ vrouwen en Betuwe-naren die door dijkdoorbraken dakloos dreigden te worden door de Heldringstichtingen in Zetten op te richten.

In 1836 plaatste Heldring als eerste in Nederland een kerstboom in de kerk van Hemmen om arme mensen te laten genieten van de kerstsfeer en ze tegelijkertijd ontvankelijker te maken voor het evangelie.

Heldring was 40 jaar lang predikant in Hemmen. Achter in de kerk, onder het orgel, is ter herinnering aan Heldring een gedenkplaat aan de muur bevestigd.

Hemmen tegenwoordig

Hemmen telt nu met haar buitengebied ongeveer 200 inwoners. Het Lijndensche Fonds bestaat nog steeds en beheert zo’n 700 hectare land en bos. Over het landgoed lopen wandelpaden met een totale lengte van zo’n 20 kilometer. Het land, de boerderijen en de meeste huizen worden verpacht en verhuurd. Dit vormt een groot deel van de inkomsten. Opbrengsten uit deze stichting komen vervolgens ten goede aan het landgoed, de Hemmense kerk en de zending.

Het park van Huis Hemmen – met de ruïne en de kasteeltuin – is samen met de rest van het mooie Hemmen een aantrekkelijke trekpleister voor dagjesmensen geworden.